Hand/pols klachten

Klachten aan de hand en pols kunnen verschillende oorzaken hebben. Hieronder worden een aantal klachten beschreven met daarbij de verschijnselen en behandelmethoden.


Ga direct naar:

 

 

Carpaal Tunnel Syndroom

Het Carpaal Tunnel Syndroom (afgekort CTS) is een veelvoorkomende polsklacht. In het polsgebied loopt een zenuw die in een soort tunnel (de carpale tunnel) ligt. Over de carpale tunnel ligt een band die deze tunnel beschermt. Op het moment dat er een vernauwing van de tunnel optreedt kan de zenuw bekneld raken. Op het moment dat door deze beknelling pijnklachten optreden spreekt men van CTS.

De zenuw kan bekneld raken door reuma, een trauma/val, hormonale veranderingen of door het overmatig belasten van de handen, maar vaker is de oorzaak onbekend.

 

Klachten en verschijnselen:

Een Carpaal Tunnel Syndroom is te herkennen aan pijn, tintelingen of gevoelsstoornissen in de hand. Vaak verergeren deze klachten en pijn bij kracht zetten met de hand (bijvoorbeeld bij knijpen). De klachten kunnen ’s nachts toenemen. Daarnaast kan bij een Carpaal Tunnel Syndroom de spieromvang van duim zichtbaar afnemen.

Behandeling:

De soort behandeling van het Carpaal Tunnel Syndroom is afhankelijk van de oorzaak van de verminderde ruimte in de carpale tunnel. Op het moment dat dit door overbelasting van de hand en/of onderarm komt moet er relatieve rust genomen worden en wordt het aangeraden om een (nacht)spalk te gebruiken om de structuren van de pols rust te geven. Als dit onvoldoende helpt of wanneer klachten verergeren, kan men geopereerd worden waarbij de band doorgesneden wordt om zo meer ruimte te creëren in de carpale tunnel en de zenuw meer ruimte te geven.

 

 

Instabiele pols

Wanneer er minder stabiliteit van de spieren is of wanneer de banden beschadigd of gescheurd zijn kan er instabiliteit van pols optreden. Deze instabiliteit kan ervoor zorgen dat er pijnklachten in de pols ontstaan.

Oorzaken voor het ontstaan van een instabiele pols: Door een harde klap op de pols. Bijvoorbeeld bij polsklachten na een val, kunnen de banden en spieren in de pols beschadigen, waardoor instabiliteit kan ontstaan. Daarnaast kan een langdurige immobilisatie (bijvoorbeeld een gipsspalk) van de pols ervoor zorgen dat de spierfunctie verminderd en er dus een instabiele pols ontstaat. Daarnaast kan een instabiele pols aanwezig zijn bij een persoon met hypermobiliteit.

 

Klachten en verschijnselen:

Bij een instabiele pols heeft men vaak een onzeker gevoel over de pols. Het bewegen van de pols kan bij instabiliteit pijn doen en in sommige gevallen kan bewegingsbeperking ontstaan. Daarnaast kan er soms minder kracht gezet worden met de pols. Onverwachte bewegingen verergeren de klachten.

Behandeling:

Op het moment dat de instabiliteit van de pols ontstaat door beschadiging van de banden door een acuut trauma, is het mogelijk om dit operatief te herstellen. Wanneer de oorzaak een verminderde spierfunctie of laxiteit van de banden is, kan oefentherapie helpen de pols te stabiliseren. Daarnaast kan de fysiotherapeut het behandeltraject ondersteunen met manuele technieken of door gebruik te maken van taping of bracing. Als laatste kan de therapeut een advies geven over hoe u uw pols het beste kan belasten.

 

 

TFCC letsel

Het TFCC letsel is een afkorting voor het Triangulaire FibroCartilagineuze Complex. Dit complex bestaat uit een discus en banden en bevindt zich in de pols regio. Het is gelegen aan de pinkzijde van de pols tussen het spaakbeen, de ellepijp en een handwortelbeentje. De discus heeft als functie het dempen en stabiliseren van de pols. Op het moment dat de discus van het complex beschadigd spreekt men van het TFCC letsel.

Oorzaken voor het ontstaan van het TFCC letsel: Scheurtjes en beschadigingen van de discus kunnen optreden doordat er een acute overbelasting optreed. Hierbij kan gedacht worden aan een val op de pols. Hierdoor moet de TFCC een grote kracht opvangen. Verder kan een langdurige overbelasting van de TFCC leiden tot deze aandoening.

 

Klachten en verschijnselen:

Het TFCC letsel kenmerkt zich door pijn aan de pinkzijde van de pols en de onderarm. Deze pijn verergert op het moment dat de pols belast wordt. Het belasten van de pols gebeurt bijvoorbeeld bij knijpen. Ook kan er door beschadiging een klikkend of krakend geluid optreden bij het bewegen van de pols. Tot slot kan er krachtsverlies optreden.

Behandeling:

Er kan gekozen worden voor een operatieve ingreep op het moment dat er een scheurtje in de banden aanwezig is of op het moment dat de ellepijp ingekort moet worden om zo de belasting aan het TFCC te verminderen.
Voor een conservatieve behandeling kan gekozen worden op het moment dat het letsel is veroorzaakt door een overbelasting. Is dit het geval, dan is het namelijk belangrijk dat de belasting wordt verminderd. Dit kan door tijdelijk minder kracht te zetten met de pols of door omliggende spieren te trainen. Bij het trainen van deze spieren kan de fysiotherapeut
helpen met het aandragen van specifieke oefeningen. Door deze oefeningen zal de stabiliteit en de kracht van de pols toenemen.

 

 

Syndroom van De Quervain

Het syndroom van De Quervain ontstaat in de meeste gevallen door overbelasting en in sommige gevallen door een acuut letsel van de duimpezen aan de duimzijde van de pols. Activiteiten waarbij een sterke grijpkracht uitgevoerd moet worden door de vingers kunnen leiden tot dit syndroom.

 

Klachten en verschijnselen:

Het syndroom van De Quervain komt relatief veel voor en kenmerkt zich door pijn, zwelling en beperking van één of meer pezen rondom de duim. De aandoening wordt gekenmerkt door het ontstekings-beeld met pijn, zwelling en mogelijke beperking van één of meer pezen van de duim.

De klachten bij het syndroom van De Quervain ontwikkelen zich gradueel. Vaak begint dit met een stijf gevoel of pijn aan de bovenkant van de pols. De klachten kunnen hierbij vooral ’s nachts of in de ochtend voelbaar zijn. Als de situatie verergert, wordt er een doffe, branderige pijn ervaren bij activiteiten. Bij het syndroom van De Quervain kan er sprake zijn van een lokale zwelling en kan er een krakend geluid optreden bij het bewegen van de pols. In sommige gevallen worden er tintelingen gevoeld.

Behandeling:

Het is zeer belangrijk dat de klachten bij deze aandoening behandelt worden. Immers het negeren van de symptomen/klachten kan er voor zorgen dat de aandoening een chronische klacht wordt. Een onmiddellijke, gepaste behandeling van deze blessure is essentieel voor het herstelproces. Op het moment dat de klacht chronisch is duurt het herstel proces langer.
Het syndroom van De Quervain is goed te behandelen met fysiotherapie.
 Middels deze behandelmethodes wordt er namelijk gefocust op het vaststellen en corrigeren van de verschillende factoren die hebben bijgedragen aan het ontstaan van het syndroom. De tijdsduur van het herstelproces is grotendeels afhankelijk van de samenwerking met de patiënt. Dit, omdat de patiënt voldoende rust moet pakken.

 

 

Triggerfinger/hokkende vinger

Oorzaak: de buigpees van de vinger heeft een verdikking (door een ontsteking) waardoor de pees niet soepel meer kan glijden in de peesschede. Hierdoor ontstaat het zogenaamde ‘triggering’. Een Triggerfinger kan ontstaan na een zware inspanning, maar in veel gevallen is de oorzaak niet te achterhalen. Een Triggerfinger komt vaker voor bij mensen met reuma en suikerziekte (diabetes).

 

Klachten en verschijnselen:

De pees blijft hangen, waardoor buigen en strekken moeilijk verloopt. In ernstige gevallen staat de vinger in buigstand en is strekken alleen passief mogelijk. Dit kan zeer pijnlijk zijn.

Behandeling:

Als blijkt dat de Triggerfinger verband houdt tot een bepaalde handeling, dan wordt gestart met het mijden van deze handeling. Ook kunnen ontstekingsremmers of een spalk uitkomst bieden.
Injectie in de aangedane peesschede geeft een lange termijn genezing in 60 tot 92% na maximaal drie injecties. Helpt een injectie niet of onvoldoende, dan kan het bandje van de peesschede operatief doorgesneden worden. Deze ingreep is slechts in 10% van de gevallen nodig.

 

 

Artrose duim

Het duimbasisgewricht wordt gevormd door het eerste middenhandsbotje en een botje van de handwortel. Het duimbasisgewricht is niet erg stabiel. Als de banden die de botjes verbinden wat slapper worden, past het gewricht niet meer mooi en kan slijtage optreden.

 

Klachten en verschijnselen:

Het meest voorkomende symptoom van duimbasis artrose is een zeurende pijn aan de basis van de duim. De pijn verergert vaak bij activiteiten waarbij een knijpbeweging wordt gemaakt, zoals het opendraaien van een pot of het draaien van sleutels. Ook schrijven is vaak pijnlijk.
Bij duimbasis artrose neemt de duim een afwijkende stand aan. De duimmuis wijkt naar binnen en de rest van de duim gaat overstrekken. Vaak zien we een zwelling van de duimbasis. De afwijking is meestal goed zichtbaar op röntgenfoto’s van de duimbasis. Bij twijfel kan een botscan gemaakt worden.

Behandeling:

Is er sprake van een milde slijtage dan bestaat de behandeling uit rust, spalken, pijnstilling en eventueel ontstekingsremmende injecties. De fysiotherapeut kan uitleg geven over belastende handelingen voor de duim en hoe die te voorkomen. Is dit niet voldoende of heeft u vergevorderde artrose, dan kan een operatie uitkomst bieden.

 

 

Skiduim

Een Skiduim kan het gevolg zijn van acuut of chronisch letsel.

Acuut letsel: Bij acuut letsel komt er een harde, naar buiten gerichte kracht op het onderste gewricht van de duim. Bij skiërs wordt het letsel veroorzaakt door een val waarbij de duim achter de skistok blijft hangen, maar het wordt ook vaak gezien bij balsporters, wanneer een bal met hoge snelheid tegen de uitgestrekte duim komt. Door de kracht op het gewricht wordt de aan de binnenzijde gelegen gewrichtsband beschadigd.

Chronisch letsel: Bij chronische letsel wordt de gewrichtsband herhaaldelijk uitgerekt. Dit zien we bijvoorbeeld bij werkzaamheden waarbij de duim steeds op dezelfde wijze belast wordt. Uiteindelijk verslapt de band en dat kan leiden tot een instabiel gewricht. Op langere termijn kan het gewricht hierdoor slijten, met pijnklachten en functiebeperking als gevolg.

 

Klachten en verschijnselen:

De meeste patiënten vertellen dat ze een ongelukje met hun duim hebben gehad, waardoor de binnenzijde van het onderste duimgewricht pijnlijk en gezwollen is. Als het gewricht instabiel is, merkt de patiënt dat hij minder kracht in de duim heeft. Daardoor kan bijvoorbeeld een pot niet meer opengedraaid worden.
Soms is er een zwelling en/of verkleuring aan de binnenzijde van het onderste duimgewricht te zien. De plek die het meest gevoelig is, kan de patiënt vaak met één vinger aanwijzen.

Behandeling:

Zonder operatie: Is de gewrichtsband verrekt of slechts gedeeltelijk ingescheurd, dan hoeft erniet geopereerd te worden. Er wordt een spalk gedragen gedurende drie tot vier weken. Bij een zeer mild letsel kan het gewricht ook worden ingetaped.
Met operatie: Wanneer de gewrichtsband volledig is gescheurd of wanneer er losse botfragmenten zijn, moet er worden geopereerd. De losgescheurde band wordt dan opnieuw vastgezet aan het bot.
Fysiotherapie is in beide gevallen wenselijk om mobiliteit en belastbaarheid te vergroten.

 

 

Vinger uit de kom (luxatie)

Het letsel wordt vaak veroorzaakt doordat er veel kracht in de lengterichting van de vinger komt, wanneer die zich in uitgestrekte positie bevindt. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij balsporten waarbij de bal de top van de vinger raakt. Wanneer een vinger uit de kom schiet, kan dat op allerlei verschillende manieren schade aanrichten: de volairplaat en de ligamenten (gewrichtsbanden) kunnen uitrekken, gedeeltelijk of helemaal afscheuren, en er kan een botfragment afscheuren.

 

Behandeling:

Indien de gewrichtsbanden zijn verstuikt of gedeeltelijk zijn afgescheurd, kunnen we de vinger spalken met zogenaamde ‘buddy tape’. De verwonde vinger wordt dan vast getaped aan een goede vinger. Daardoor beweegt de verwonde vinger mee met de handbewegingen. Tijdens de periode met buddy tape moet de gewrichtsband herstellen (de uiteinden zullen naar elkaar toegroeien). Er wordt al snel begonnen met handtherapie. Hoe sneller het gewricht weer wordt geoefend, des te kleiner de kans is dat het gewricht op lange termijn stijf wordt.

Ook wanneer de volairplaat volledig is afgescheurd, is een niet-chirurgische behandeling mogelijk. Het doel is in dit geval om de vinger in een stabiele positie te houden, waarbij toch snel met oefenen begonnen kan worden.
Doordat de verwonding is ontstaan door overstrekking, krijgt u een spalk die ervoor zorgt dat u de vinger niet helemaal kunt strekken maar wel kunt buigen. Deze ‘extensie blokkerende spalk’ moet u gedurende drie tot vier weken dragen. In deze periode moet de volairplaat naar elkaar toe groeien.
Wanneer de gewrichtsbanden en/of de volairplaat ernstig beschadigd zijn of wanneer de niet-chirurgische therapie niet effectief blijkt te zijn, moet u geopereerd worden.

 

 

Malletfinger

Een malletfinger is het afscheuren van de strekpees vaan de vinger.

 

Klachten en verschijnselen:

Het eindkootje van de vinger staat gebogen en kan niet actief worden gestrekt. Met behulp van de andere hand is dit wel mogelijk.

Behandeling:

De behandeling van de Mallet Finger kan heel goed zonder operatie plaatsvinden. In de meeste gevallen krijgt u een spalk van huisarts of fysiotherapeut. Deze spalk zorgt ervoor dat het eindgewricht in een gestrekte stand staat. Op deze manier kunnen de peesuiteinden weer aan elkaar groeien. Heel belangrijk: deze spalk moet gedurende zes tot acht weken blijven zitten zonder dat het topje ook maar één keer buigt!

Als de strekpees met een groter botstuk is losgescheurd, is een operatieve behandeling nodig.

Tijdens het herstel mag het vingertopje niet buigen. De vinger moet dan ook heel voorzichtig schoongemaakt worden. De handtherapeut (fysiotherapeut) zal uitleg geven hoe u dit op een veilige manier gedaan kan worden. Overigens mag het tweede gewricht wel buigen als de spalk om is.
Na zes tot acht weken mag er voorzichtig begonnen worden met het bewegen van uw vingertop.

 

 

Dupuytren

De ziekte van Dupuytren (of koetsiersziekte genoemd) is een aandoening die leidt tot kromstand van de vingers. Bij deze ziekte ontstaan door vermeerdering van bindweefsel onder de huid strengen en knobbels. Deze strengen kunnen in de hele handpalm en in alle vingers voorkomen. De strengen kunnen samentrekken waardoor vingers krom gaan staan en niet meer goed zijn te strekken. Deze strengen worden ten onrechte vaak aangezien voor pezen.

Bij de ziekte van Dupuytren speelt genetische aanleg een rol. In een kwart van de gevallen is er een lid in de familie met dezelfde aandoening. Het komt veel vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en begint meestal op middelbare leeftijd (40+). Omdat de ziekte van Dupuytren vaak terug komt, is het mogelijk dat u meerdere keren in uw leven behandeld moet worden.

 

Klachten en verschijnselen:

In de handpalm worden strengen voelbaar en langzaam trekken één of meerdere vingers krom.

Behandeling:

Als de kromstand hinderlijk wordt volgt een operatie. De specialist bepaalt welk soort operatie uitgevoerd wordt.
Na de operatie volgt intensieve fysiotherapie om zowel buiging als strekking van de vingers te optimaliseren en om het litteken zo optimaal mogelijk te laten genezen.